Bij zeilen is niks zeker, alles hangt af van het weer soms in combinatie met de lokale omstandigheden. Maar dit keer had onze beslissing, om via Marokko naar de Canarische Eilanden te gaan in plaats van via Madeira, niets met het weer te maken. We wilden eigenlijk iets compleet anders na Portugal en hoorde toch van veel mensen dat Marokko wel erg bijzonder moet zijn. Maar dat het zó anders zou zijn, dat hadden we allebei niet verwacht!

We hadden besloten dat als het weer het toe zou laten, we vanuit Zuid-Spanje zouden oversteken. Dit zou een korte tocht zijn van ongeveer 25 mijl = 45 km. Daar zouden we dan ongeveer 5 uurtjes over doen. Dus we zijn vanuit Porto afgezakt via toch wel hele leuke plekken in Portugal. Zo lagen we in een mooie baai voor anker, Sao Marthino do Porto. Daarna hebben we een paar dagen voor anker gelegen in Cascais, de rijkste gemeente van Portugal. Een hele leuke stad met goeie restaurantjes en winkeltjes en Lissabon op 45 minuten afstand met de trein. Hoewel we op meerdere drukke ankerplekken hebben gelegen hebben we in Cascais voor het eerst echt ervaren hoe het is om als een soort drijvend dorp bij elkaar te liggen.

Cascais

We kennen inmiddels steeds meer ‘lotgenoten’ dus het gebeurde regelmatig dat we met ons bijbootje even koffie gingen drinken bij de één, of er komt iemand langs voor een wijntje. Ook worden de lokale roddels en nieuwtjes over de marifoon uitgewisseld en worden de korte golf radio’s (SSb zenders) getest. Uiteraard wordt het een en ander afgewisseld met een duik vanaf het achterdek. In Cascais hebben we (na de relatieve haast na de 2 reparaties) voor het eerst het ultieme vakantiegevoel. Gewoon lekker keuvelen en slap ouwehoeren met de buren. Een beetjes zoals thuis maar dan met het verschil dat je bij elkaar op bezoek met de dinghy (je rubberbootje). Dat klinkt misschien grappig maar dat wordt in het donker toch wel een uitdaging. Ieder schip ziet er na zonsondergang hetzelfde uit en heeft dezelfde verlichting (wit rond schijnend licht boven in de mast) en probeer dan maar eens je eigen schip terug te vinden. We hebben dan ook besloten wanneer we ’s avonds op pad gaan, onze kuip te voorzien met een extra rood LED-lampje. Dat scheelt een hoop zoekwerk. We hopen dat we met dit licht geen verkeerd signaal afgeven 😉

Maar na een paar dagen wordt het weer tijd om verder te gaan. En om de kosten te drukken maar ook omdat we het veel leuker vinden, weer gekozen voor wat mooie ankerplekken. Zo hebben we, samen met een Nederlands zeilschip met 2 broers, geankerd in Sines. Een hele kleine prettige baai met het dorpje op loopafstand. Deze baai was goed afgeschermd tegen de wind waardoor je lekker rustig achter je anker ligt. Dit is niet altijd het geval, merkten we een paar dagen later… Vanuit Sines zijn we een nacht doorgevaren naar Lagos. Hier lagen Jan en Melanie (van zeilschip de Tore) inmiddels voor anker voor een strandje. Toen we daar, na een vermoeiende nacht, ons anker lieten zakken, wisten we direct; dit gaat hem niet worden. Aangezien de wind van de zijkant kwam, werd de boot van links naar rechts geslingerd waardoor je zelfs niet kon staan in de boot. Dus na een uur hebben we het anker weer opgehaald en zijn we doorgevaren naar Portimao, een geweldige ankerplek. Daar hebben we een paar dagen heerlijk gerelaxed: gezwommen, gebarbecued op het strand met wat anderen, en, zoals gewoonlijk, weer prachtig weer.

Na een paar dagen zijn we door gegaan naar Faro. Voor Faro ligt een lagune met een bijzonder dorpje. Een beetje hippie-achtig, met een hele aangename sfeer. Geen wegen en dus geen auto’s, en het ligt op een eiland in een prachtig natuurgebied. Er bleek een heel mooi strand te zijn aan de andere kant van het eiland maar helaas hebben we geen tijd gehad om hierheen te gaan. We hadden namelijk inmiddels de Marokkaanse kust bekeken en om hier voldoende tijd door te kunnen brengen, zouden we zeker wel 3 weken nodig hebben. Dus helaas moesten we weer door. Je zou denken dat je wanneer je een jaar de tijd hebt geen haast hebt… niet dus.

Dit keer zijn we een nacht doorgevaren naar Cadiz. Niet een hele bijzondere haven maar Cadiz is wel erg mooi. Weinig toeristen een beetje een ruwe stad maar daardoor wel authentiek. In de haven van Cadiz hebben we lekker kunnen douchen en onze kleding gewassen, moest ook een keer gebeuren…. De zeiltocht was, vooral voor Karin, best pittig. Er was weinig tot geen wind voorspeld maar uiteindelijk ‘s nachts toch nog 25 knopen wind over ons heen gekregen (ongeveer windkracht 6). Niet schokkend maar zeker ‘s nachts is dat best inspannend. Ook omdat de wind schuin van voren kwam (hoog aan de wind) wat betekent dat je behoorlijk wat helling maakt en dat is redelijk oncomfortabel. Maar in Cadiz is dit ongemak snel vergeten en gaan we de volgende dag met de trein naar Sevilla. Weer een fantastische stad. Compleet anders dan Porto en Lissabon. Maar ook deze toeristische trekpleister heeft weer wachtrijen van honderden meters bij de bezienswaardigheden. We besluiten dan ook maar om een lange wandeling door de stad te maken. De volgende dag zijn we doorgevaren naar een baaitje om weer wat meer op te schuiven naar het zuiden voor de oversteek naar Marokko. En van daaruit zijn we doorgereisd naar de plek om over te steken: Barbate. Ook op deze ankerplek liggen we uren te stampen achter ons anker. Erg oncomfortabel maar volgens de weersverwachtingen neemt de wind, en daarmee het stampen, na een uur of vier af.

En op 18 september, precies 3 maanden na ons vertrek vanuit Scheveningen, zijn we overgestoken naar Marokko. Een hele fijne overtocht met een goeie wind en weer mooi weer. Marco had de hengel uitgegooid en werd getreiterd door enorm veel grote jagende tonijnen (eerst dachten we dat het dolfijnen waren!) Helaas niets gevangen (Karin weer blij).

En nu, 1 oktober 2019, zijn we alweer bijna 2 weken in Marokko, We zijn op 18 september aangekomen in Tanger. Zodra je buiten Europa in een jachthaven aankomt, moet je inklaren bij de douane. Eerder mag je niet van je schip. En vooral Marokko is dit een serieuze aangelegenheid: politie aan boord, snuffelhond erbij, kastjes worden bekeken en het eerste wat ze hier vragen (in elke haven): drone??

douane Marokko

Die moet je dan gelijk inleveren (daarom hebben wij hem thuis gelaten). En na al dit gedoe eindelijk Marokko bekijken. En eerlijk gezegd was dit een behoorlijke cultuurshock, zó anders dan Europa. Heel bijzonder omdat het zo dichtbij Spanje ligt. Het oude gedeelte van Tanger is echt Marokkaans met weinig toeristen. Af en toe lijkt het alsof je in een sprookjeswereld bent beland. En wat fijn is, is dat op de overdekte marktjes (de medina’s} alles spotgoedkoop is: verse kruiden, groenten, noten, van alles.

Om nog meer van de sfeer te proeven, hebben we met Jan en Melanie en nog een medezeiler een auto gehuurd en een overnachting geboekt via airbnb in het bijzondere stadje Chechaouen, ook wel de Blue City genoemd. De naam zegt het al: alle huizen, straten en muren zijn blauw/wit. Dit was heel onwerkelijk, alsof het niet echt was, alsof de mensen eind van de dag hun spulletjes zouden inpakken en naar huis zouden gaan. Onderweg hebben we de prachtige natuur gezien in het Rif gebergte. Heel indrukwekkend. En onder andere langs hectares grond gereden vol met cannabis. We hebben ook een stop gemaakt bij een waterval, een behoorlijk toeristische trekpleister maar ondanks de toeristen toch ook weer heel mooi.

Rif gebergte

Een paar dagen later zijn we weer verder gevaren naar de volgende haven in Marokko: Rabat. Dit was een zeiltocht van ongeveer 27 uur dus we zijn weer een nacht doorgevaren. Een rustige nacht dus gelukkig niet al te moe. Dat was maar goed ook want het binnenlopen van de haven in Rabat is een bijzonder spektakel: aangezien er op de Atlantische Oceaan behoorlijke swell (deining) kan ontstaan kun je daar alleen binnenlopen als de swell minder is dan 2 meter. Die ochtend was dit rond de 1,5 meter dus we mochten naar binnen. Voor de veiligheid wordt je altijd opgehaald door een pilot: een medewerker van de jachthaven die je met een klein bootje komt ophalen en voor je uit vaart. We waren met 3 zeilboten dus een bezienswaardigheid toen we binnenkwamen surfen over de golven, vol gas! We begrepen later dat het niet heel druk is in de haven van Rabat. Misschien dat dat de alle zwaaiende mensen aan de kant verklaarde. Ook in Rabat hebben we weer veel gezien van de stad.

Vanuit Rabat hebben we met de trein een uitstapje gemaakt naar Fez, dit keer onder begeleiding van een gids. Het is niet uit te leggen hoe het in de oude gedeeltes van deze stad is: het is mooi, maar ook somber door de armoede. Ook is het druk en iedereen wil wat van je: spullen verkopen of zich aanbieden als gids. We voelen ons soms een wandelende portemonnee die zo snel mogelijk moet worden leeggeschud. De medina is een doolhof en volgens de gids wonen er in het oude stadscentrum meer dan 500.000 inwoners en dat op 93 vierkante kilometer. Het is er dan ook bijzonder druk. Op sommige plekken kun je over de hoofden van de mensen lopen. Na een dag zijn we de drukte en de mensen dan ook meer dan zat en zijn we blij dat we weer in de trein zitten.

Omdat we met het verlaten van Rabat ook weer rekening moeten houden met de swell, besluiten we op we 26 september de tocht naar Agadir te maken. Na de 26e neemt de swell voor een aantal dagen toe tot 2,20 meter en dan is het niet meer mogelijk om de haven te verlaten. De reis naar Agadir is ongeveer 300 mijl en neemt 2,5 dag in beslag. Het is een bijzondere reis geworden. Hoewel de weersomstandigheden er goed uitzagen hebben we enorme last van dikke mist gehad: uren achtereen nauwelijks zicht. Dus de radar aan en proberen de visserschepen zonder AIS te ontwijken. Ook het ontwijken van de kilometers lange netten waarmee tonijn wordt gevangen wordt een uitdaging. Deze zijn verlicht met rood knipperende verlichting maar deze is nu niet meer waar te nemen. De praktijk blijkt zoals gewoonlijk weerbarstiger dan de theorie want door de golven “verdwijnen” de schepen soms van de radar of de golven geven echo’s af zodat het schepen of boeien lijken. De uren die we door de mist varen zijn spannend en vermoeiend. De spanning en vermoeidheid zorgen soms voor irritatie. Gelukkig heeft deze trip ook bijzondere prettige momenten. Zo worden we, terwijl we door velden met lichtgevende algen varen (deze algen geven licht door bioluminescentie wanneer ze in beweging worden gezet of worden aangeraakt – het lijkt dan net alsof ons schip in een zee van lichtgevende kristallen vaart) bezocht door een groep dolfijnen. Ons schip wordt omgeven door lichtgevende dolfijnen die alsof het raketten zijn, strepen door het water trekken. Alsof we worden getrakteerd op onderwater vuurwerk. Je ziet ze van meters aankomen en ze blijven ruim 1,5 uur om ons heen zwemmen. Op een moment hebben we door de aanwezige swell zelfs een fluoriderende dolfijn op ooghoogte en binnen een armlengte naast het schip. Een bijzonder gezicht. We zijn allebei onder de indruk van al deze pracht.

Na 2 dagen met weinig wind worden we met windkracht 6 in het donker de haven van Agadir ingeblazen. Dat hebben wij weer… Gelukkig staan onze Duitse vrienden ons op te wachten om te helpen bij het aanleggen in het donker.

We zijn de drukte zat en besluiten na een dag relaxen Marrakesh over te slaan en deze week met een huurauto nog een aantal dagen met Melanie en Jan op pad te gaan naar het Atlasgebergte. We zijn zondag weer terug en zodra het weer het toelaat, gaan we verder naar onze volgende bestemming: de Canarische Eilanden! We hebben er helemaal zin in, niet in de laatste plaats omdat Karin daar haar ouders na dik 4 maanden weer gaat zien 🙂

Wordt vervolgd!